Het Gonst
Dick Wessels, Schotensesteenweg 112, B-2100 Deurne (Antwerpen) (België)

gonst1.jpg

Hans van den Boom, Een 1/2 tuinhuis. Met illustraties van Dick Wessels. Maastricht 1989

gonst2.jpg

Dick Wessels, 10 Zeeuwse bolussen. Bijdrage aan: Woordendoos. Projekt t.g.v. 20-jarig bestaan van Stichting Drukwerk in de Marge, georganiseerd door de 10-jarige Zeeuwse Bibliotheek 1995

‘Gisteren was ik nog een kind’, leest men in Een 1/2 tuinhuis, een uitgave uit 1989 van Het Gonst: ‘Schommelen, schommelen, heen en weer / droom jij door de verte / schommelen, schommelen, heen en weer, / ben jij in de verte.’
Het boek, eigenlijk vijf gevouwen bladen in een omslag – ‘je kunt elk vel apart bekijken, uiteenvouwen’, schrijft Dick Wessels in het colofon – kan gelezen worden als een afscheidssaluut aan kindertheatergroep de Blauwe Zebra. De teksten die Wessels selecteerde, hebben alles te maken met de onbevangenheid en de speelsheid van het tegen het verkennende kind. Maar voor wie de drukker/vormgever/uitgever beter kent, valt er ook een persoonlijk statement in te lezen. Waar ligt de grens van droom en werkelijkheid, op welk punt vloeien ze in elkaar over, wat neem ik mee uit het ene dat ik in het andere achterlaat?
Iets van het dromende, schommelende kind is bij Wessels nooit verloren gegaan. Hij wil bij voortduring de uiterste grens overschrijden, juist omdat hij wordt tegengehouden door het mechaniek dat hem vasthoudt. ‘Een puberale oprisping!’ waarschuwde hij onlangs vanuit Antwerpen, toen hij de titel van een op handen zijnde uitgave doorfaxte. TYPOTRASH gaat het boek heten waarin ondermeer deze ‘foute regels’ van Tschichold kritisch tegen het licht worden gehouden: ‘Zelfbevestiging is het doel van de graficus, opperste bescheidenheid de taak van de boekkunstenaar.’ ‘De letters en cijfers die ik hiervoor ga gebruiken’, schrijft Dick Wessels, ‘zijn zonder meer lelijkerds, en je begrijpt het wel, in dit boek wil ik ze in schoonheid laten sterven. Wie heeft er ooit gehoord van de Comstock of de Olga?’
De eerste is mij onbekend, van de laatste weet ik uit een ‘eigenzinnige letterproef’ die hij in 1985 liet verschijnen iets meer:

OLGA ROSA MIMOSA
KGB KOLCHOZE KAPUT
Olga met je eigenwijze O
O o o o o o o o OLGA

De meester en zijn al even eigenzinnig letterlief in het intieme typografische kader van een klein sfeerboek, 25 maal genummerd. Er is ook een onbekend, sierlijk gesneden cursief bij met wie hij het doet: ‘Deze letter is een zij, haar past een vriendelijke, joyeuze tekst en zeker geen sombere weersvoorspelling, alweer een aksident, of een ander onfortuin.’ Net als Olga kleurt zij in donkergeel op een zacht, crèmekleurig vel.
Betreden wij het terrein van Pierre Kemp? In ‘De incomplete luisteraar’ dichtte hij: ‘Moet ik dan absoluut de letters in? / En als ik dit kon? / Vond ik dan daar een nieuw begin, / een dat het kon zonder zon?’ In dezelfde bundel valt in ‘Letter-meubilair’ te lezen: ‘Er zijn ook letters als stoelen, / letters, / waarop ik kan gaan zitten, / zodra ik de aarde wens te voelen.’ Hemel en aarde.
In het boek Aardbrand en hemelwater (1994) schommelt Dick Wessels, bewogen door innerlijke emoties, tussen twijfel en zekerheid. Begrippen als vijver en labyrint, werf en ruim, staan in dit album voor de vier elementen en bewegen zich in het kleurritme van de houtdrukken door het boek. Gestolde emotie in het spanningsveld van aantrekking en afstoting. Foto’s van panorama-formaat roepen beelden op van hunkering en melancholie, van afscheid en verte. De kunstenaar/vormgever bereikt ondanks de onderliggende gevoelens van grote onrust een uiterste aan harmonie; de kleurvlakken van de houtdrukken schuiven letterlijk in elkaar, met het omslaan van de pagina versmelten zij, drukken elkaar weg of keren zich juist naar elkaar toe: ‘geen plaats is als de andere.’
Je weet niet waar je woont en werkt eet drinkt denkt wacht twijfelt en dan zwijgen gaat – geen plaats is als de andere – een vijver mijn werkplaats wolken een doolhof vol ideeën
Het genoegen dat Dick Wessels bij de voorberidingen en het uiteindelijke drukken beleeft, de wellust waarmee hij de boeken vormgeeft – ze stralen rechtstreeks op de lezer af. Bedreven zet Wessels zijn materialen in. Een aangeboren vormgevoel maakt dat hij niet uitglijdt, het perfecte kleurgevoel geeft elke uitgave een bijzondere meerwaarde.
Hij valt ook niet snel terug op eerdere uitgaven; papiersoorten, formaten, het geheel is elke keer nieuw. Iets als schroom is hem vreemd. Hij zoekt het hoogste punt van de schommel. Vóór hem ligt wat hij wil bereiken, achter hem de traditie, die bij Dick Wessels modernistisch is. Zelf zoekt hij zijn eigen uitzichtpunt, het nieuwe dat steeds weer in de verte lonkt.
Daar gebruikt hij ook de zelf gemaakte houtvormen voor, vaak in meerdere kleurgangen; ze zeggen iets over zijn opleiding tot edelsmid, langgeleden. Ze overstijgen in alle opzichten het illustratieve, bepalen sterk de sfeer in het boek en zijn niet los te denken van het gehele concept dat in de uiteindelijke uitvoering – zeker in de gelegenheidsuitgaven – altijd wel een aspect uit de wereld van het theater meeneemt, een discipline waarmee Dick Wessels sinds jaar en dag professioneel vergroeid is.
Sinds het voorjaar van 1998 werkt Het Gonst vanuit Antwerpen. De jaren in Maastricht lijken nog maar de aanloop tot het oeuvre dat de uitgeverij voor ogen staat. De plaats van de schommel mag dan veranderd zijn, het is dezelfde verte die Wessels opsnuift. Het gaat hem allang niet meer om schreven en stokken, onder- of bovenkast, hoe vet of mager. De rebel in hem zet hem aan het idee (of is ‘t het toeval?) te tarten.
Hij lijkt daarin op kunstenaars als Marcel Duchamp. ‘Het is grappig het toeval in te blikken’, constateerde die ooit. Het werd het motto van Bij Toeval (1992). Daarmee alleen al komt Dick Wessels dichter bij de intensiteit van een ‘kleurenvanger’ als dichter/schrijver Peter Verhelst te staan – zijn wereld is sterk zintuiglijk – dan bij het wat zachte schilderspalet van Pierre Kemp.
Een uitgave van Het Gonst lees en bekijk je niet alleen, je bezoekt hem vooral. Het is een doorlopende voorstelling. Soms wordt er verwacht dat je meespeelt: een masker voorzet (Het masker), bladen openvouwt (Een 1/2 tuinhuis), consumptiebonnen uitdeelt (Geerbriex), zuilen optisch verplaatst (Zuilig), of door poorten heen je een toegang zoekt tot poëzie (Poëzie voor Landgraaf). Cassettes ogen als speeldozen. Een gelegenheidsuitgave voor een huwelijk glanst als een feestmuts, al even spetterend is het binnenwerk.
Maar er is ook het ingetogener werk: de afdeling poëzie. Dick Wessels verstaat het de stilte te benadrukken door de woorden te omringen met de juiste hoeveelheid wit. Op de pagina’s van De Maas & andere sproken (1990) heeft hij zich haast teruggetrokken, op een enkel accent na – de aandacht valt op het stijlvolle omslag en de titelpagina. Al even smaakvol en precies is Verschijningen (1996) vormgegeven. Het strakke vierkant van het Hahnemühle-omslag benadrukt de essentie van de vorm en geeft de juiste tegenkracht aan de expressieve drie-kleuren-linosneden van Gilbert De Bontridder. De merantihouten cassette waarin een deel van de oplage verscheen oogt verfijnd en onderstreept andermaal de bijzondere verzorging en afwerking: tot in het detail gestileerd.
Tussen het uiterste aan verstilling, versterkt door de juiste materiaalkeuze, en de schreeuw om aandacht (‘in strijd met de stalen vuist van de typografie, vol ironie en zelfspot gezet en gedrukt’, vermeldt het colofon van Geerbriex tien jaar geleden) ligt de beheersing. Al het andere is ruis.
Wessels, hoewel hij soms anders pretendeert, valt met die beheersing samen. ‘Onrust en kabaal’ (samen opgevoerd in Een 1/2 tuinhuis) zijn hooguit het voorwerk. Zonder trommel geen muziek! Uiteindelijk verdwijnt het rumoer geheel naar de achtergrond. Zoals bijvoorbeeld in Musitainment (1995), waarin Wessels vanuit een inspirerend concept komt tot een bijna virtuele uitvoering - als hommage aan ‘Ink mathematics’, een songtekst van Captain Beefheart. Tevens een brede grijns naar de gebruikers van de digitale snelweg. Uiterst fraaie vormgeving, suggestieve beelden van een CD-diskette als hallucinerende kleurwervelingen – dit moet het uiterste punt zijn, verder kun je bijna niet gaan. Maar is Dick Wessels niet dat ene jongetje in de speeltuin dat zijn geheim bewaart en lachend steeds hoger gaat?

het_gonst.jpg

[Tekst van Frans Budé, overgenomen uit Het Gonst in Minotaurus. Bibliofiele drukwerk van Dick Wessels. Tentoonstellingscatalogus annex bibliografie van de pers ter gelegenheid van een expositie in Minotaurus Boekwinkel te Amsterdam, 10 okt. t/m 12 dec. 1998.]

De drukkers

Op deze website is een Creative Commons Licentie van toepassing.
Powered by Movable Type